|
Download het PDF-formaat
|
Het koninklijk besluit van 16 december
2003 (Belgisch Staatsblad 21.01.2004) bepaalt, vanaf 1 juli 2003, de
modaliteiten van onderwerping van de kunstenaars aan de jaarlijkse vakantiereglementering
van de werknemers.
Om
een duidelijk beeld te scheppen rond de onderwerping van de kunstenaars
aan de jaarlijkse vakantie van de werknemers, wordt hierna een toelichting
gegeven met betrekking tot de onderscheiden categorieën waaronder
ze verdeeld worden.
- De
kunstenaar die het statuut van zelfstandige heeft is niet onderworpen
aan de jaarlijkse vakantiereglementering van de werknemers.
- De kunstenaar die verbonden is door een arbeidsovereenkomst
voor arbeiders ontvangt zijn vakantiegeld zoals de andere arbeiders.
- De
kunstenaar die verbonden is door een arbeidsovereenkomst voor bedienden
is onderworpen aan de vakantiereglementering
van de arbeiders. Deze persoon ontvangt een vakantiegeld, uitbetaald door de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie.
Voor de uitbetaling en berekening van dit vakantiegeld heeft men
zich gespiegeld aan de jaarlijkse vakantiereglementering van de
bedienden om een discriminatie tussen de bedienden te vermijden.
Dit heeft als
gevolg dat voor deze categorie van werknemers de gelijkstelling
van inactiviteitsdagen met effectief gewerkte dagen beperkt wordt
tot de periode gedurende ze effectief onder de binding van een arbeidsovereenkomst
zijn. Voor de arbeiders wordt de gelijkstelling, rekening houdende
met de in de reglementering opgenomen maximum duurtijd, verder toegekend
zelfs indien zij niet meer een arbeidsovereenkomst
zijn verbonden.
Om zijn recht
op gelijkstelling te waarborgen moet de kunstenaar nog verbonden
zijn door een arbeidsovereenkomst op de eerste dag van de periode
die aanleiding geeft tot gelijkstelling. In het stelsel dat van
toepassing is op de arbeiders integendeel, wordt de gelijkstelling
eveneens toegekend indien de arbeider nog verbonden is door een
arbeidsovereenkomst de dag die de gelijkstelbare periode voorafgaat.
Een kunstenaar-bediende
kan evenmin aanspraak maken op gelijkstelling van een inactiviteitsperiode
die niet opgenomen is in de reglementering die toepasselijk is op de
bedienden maar wel in deze van de arbeiders, bijvoorbeeld economische
werkloosheid, werkloosheid ingevolge staking.
Gezien de specificiteit
van deze categorie van werknemers, en om een uit de hand lopende
financiële kost te vermijden, werd het bedrag van het fictief
loon dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van
het vakantiegeld voor de inactiviteitsdagen die met effectief gewerkte
dagen worden gelijkgesteld, gelimiteerd tot 83,79 €.
- De kunstenaar die, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk,
verbonden is door een overeenkomst, waarvan de voorwaarden gelijkaardig
zijn aan deze van een arbeidsovereenkomst zoals voorzien in de nieuwe
wetgeving, ontvangt via de Rijksdienst voor jaarlijkse
vakantie een vakantiegeld dat uitsluitend werd berekend
op zijn effectieve prestaties. Hij heeft geen recht op een
vakantiegeld voor eventuele inactiviteitsdagen. Hierdoor wordt een
discriminatie vermeden met het geheel van de werknemers die, om
recht te hebben op gelijkstelling van inactiviteitsdagen verbonden
moeten zijn door een arbeidsovereenkomst.
|
|